1. Basis
2. Klassenraad
3. Deliberatie
4. Attesten
5. "Herexamen"
Lees ook
Klasse
voor Leerkrachten, 85(mei 1998), 28-29 |
Eerst en vooral een opmerking. "Delibereren" betekent niet:
een leerling die onvoldoendes heeft voor bepaalde vakken alsnog doorlaten.
Maar in de wandeling gebruiken we het woord wel eens in die betekenis.
1. Op basis van welke gegevens
beslissen leraars of mijn zoon of dochter geslaagd is ?
De studieresultaten zijn
belangrijk, maar minstens even belangrijk is de manier waarop een leerling
die heeft gehaald...
1. Aan elk leervak wordt een aantal punten toegekend per trimester. Per lesuur
zijn dat 100 punten in de tweede en de derde graad (40 punten voor het eerste, 30 voor het tweede
en nog eens 30 voor het derde trimester), 90 punten
in de eerste graad (30 punten per trimester).
Een leervak dat drie lesuren per week heeft, telt dus mee voor 300 punten
(120 - 90 - 90), in de eerste graad voor 270 (90 - 90 - 90).
Een deel van die punten wordt berekend op de resultaten
die de leerlingen doorheen het schooljaar behalen op de dagelijkse
toetsen, herhalingsoverhoringen, eventuele persoonlijke taken
(afhankelijk van het vak), huistaken, enz. kortom alles wat de leraars
quoteren en waarvan de cijfers op de maandelijkse rapporten verschijnen.
Het "dagelijks werk" telt in de eerste graad voor de helft,
in de tweede graad voor één derde, in de derde graad voor
één vierde van het totaal aantal punten.
De rest van het totaal zijn de resultaten van de proefwerken. In de eerste
en de tweede graad zijn er drie reeksen proefwerken (één per
trimester), in de derde graad twee (één het eerste en
één het derde trimester). In het vijfde jaar zijn er wel
enkele proefwerken tijdens de laatste week van het tweede
trimester.
2. Het totaal
aantal behaalde punten en de behaalde punten voor de afzonderlijke vakken
spelen weliswaar een grote rol in de eindbeslissing, maar er zijn nog
andere elementen. Uiteraard houden de leraars ook rekening met de
studiehouding, de inzet van een leerling.
Bij de eindbeslissing spelen de beslissingen en adviezen mee van
de klassenraden die in de loop van het schooljaar zijn gehouden en
opgetekend staan in het dossier van een leerling. Werden die
opgevolgd en hoe ? Ligt het eindresultaat in de lijn van de verwachtingen
of niet ? Het uitgangspunt is steeds: kan de leerling het volgend schooljaar
slagen ?
3. Tenslotte kunnen er persoonlijke omstandigheden zijn in bepaalde gevallen
waarmee rekening moet worden gehouden.
2. Wat is een klassenraad ?
"Klassenraad" gebruiken we in twee betekenissen:
- een vergadering waarop alle leraars die aan een bepaalde groep leerlingen
lesgeven, de leerlingen bespreken;
- de groep leraars die aan een bepaalde groep leerlingen lesgeven.
Tijdens het schooljaar komen de leraars geregeld samen om hun ervaringen
met de klasgroep samen te leggen en te bespreken. Ze vergelijken de
studieresultaten en stellen, indien nodig, zgn. "remediërende"
maatregelen voor. Deze vergaderingen heten "begeleidende"
klassenraden. Op het einde van het schooljaar komt de klassenraad bijeen en
kent aan de leerlingen een oriënteringsattest toe. Dan spreekt men
van "delibererende" klassenraden, in de wandeling:
"deliberaties".
3. Wanneer wordt er gedelibereerd
?
Er wordt tweemaal gedelibereerd. De eigenlijke deliberatie
heeft plaats in juni. Op dat ogenblik moet de klassenraad
de eindbeslissing
nemen. Maar in uitzonderlijke gevallen kan de beslissing worden
uitgesteld omdat de beschikbare gegevens niet voldoende zijn of
tegenstrijdig. Dan moet de leerling bijkomende proeven doen. Op basis daarvan
wordt opnieuw gedelibereerd in augustus. De
resultaten van de bijkomende proeven worden dan gevoegd bij
wat reeds geweten was. Op basis van gans het dossier kent de klassenraad
dan een attest toe.
4. Wat is een attest
?
Het "attest" heet voluit: oriënteringsattest.
Het geeft
het oordeel van de klassenraad over de slaagkansen van een leerling
in het volgend schooljaar. Er zijn drie vormen:
het oriënteringsattest A, B en
C.
1. Met een A-attest ("oriënteringsattest A") mag een leerling
zonder beperkingen over naar een volgend leerjaar. De leerling is
geslaagd.
2. Met een B-attest ("oriënteringsattest B") mag een leerling
over naar een volgend leerjaar, maar er zijn beperkingen: bepaalde
studierichtingen of onderwijsvormen worden uitgesloten. De leerling
is geslaagd, maar als hij absoluut een uitgesloten richting wil blijven
volgen, zal hij het jaar moeten overdoen.
3. Met een C-attest ("oriënteringsattest C") mag een leerling
niet over naar een volgend leerjaar. De leerling is niet
geslaagd.
5. Waarom heeft mijn zoon of dochter geen
herexamen gekregen? Het vroegere herexamen bestaat
niet meer, hoewel de benaming nog wordt gebruikt. De klassenraad beschikt
na een schooljaar observatie van de studiehouding, na twee of drie
proefwerken per vak, na vele toetsen die tijdens het
jaar werden afgenomen, over voldoende gegevens om in juni een gefundeerde
eindbeoordeling uit te spreken. Wanneer de resultaten van een leerling
onvoldoende zijn, moet hij de gevolgen daarvan aanvaarden. Er komt geen
tweede kans. Enkel bij ongeval of
ernstige ziekte b.v. kan de
klassenraad aan een leerling een bijkomende proef vragen (maximum 4), omdat de leraar(s)
vinden over onvoldoende gegevens te beschikken om tot een realistisch oordeel
te komen. Die proef is dan
zo opgevat dat alle twijfel over de slaagkansen in het volgend schooljaar
worden weggenomen. Op basis daarvan kan de klassenraad dan einde augustus
adviseren over het oriënteringsattest dat zal worden toegekend.

|