|
|
||||||||
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
Sint-Jan Berchmanscollege |
|||||||
Ernest Wante en ons college. |
||||||||
Ernest Wante
|
Ernest (of Ernst) Wante, de gekende kunstschilder, was een Gentenaar van geboorte, maar woonde ten tijde van de stichting van het college in Berchem. Hij was bevriend met een leraar van het college, François Verhelst. Die was op zijn beurt vriend aan huis bij de familie Guyot - van Praet, die het huis bewoonde dat stond op de plaats waar nu de grote fontein staat op de Wapper. Verhelst, zelf een begenadigd kunstenaar, liet Wante een aantal opdrachten uitvoeren in de collegekapel. Zijn rijke vrienden zorgden voor de nodige fondsen.
Wante's belangrijkste opdracht was ongetwijfeld de polychrome beschildering van de collegekapel, bekroond met een reusachtige muurschildering achter het hoogaltaar. Hieraan heeft de jonge schilder ongeveer twee jaar gewerkt. Daarnaast schonk mevrouw Guyot een kleinere, vrijstaande triptiek, de zgn. Christus Koningtriptiek, ter nagedachtenis van haar drie jong gestorven zonen. Het grote processievaandel van de Mariacongregatie was dan weer een gift van eerwaarde heer Aerts, de bestuurder van de afdeling voor de lagere jaren. Wante verzorgde het ontwerp. Het eigenlijke handwerk liet men uitvoeren bij de zusters van de Eeuwigdurende Aanbidding (Watermaal-Bosvoorde). Een laatste werk uit de vroege periode is het staatsieportret van de eerste directeur van het college, Kanunnik Leonard Smets. Het werd hem aangeboden in 1898, ter gelegenheid van zijn benoeming tot ridder in de Leopoldsorde. Uit een latere periode dateert de grote kruisweg. De plannen daarvoor dateerden van voor de eerste wereldoorlog, maar de realisatie ervan vroeg tijd en fondsen. Slechts geleidelijk aan werden de grote staties één na één aangebracht. Uit 1924 dateert het gedenkteken voor de in WOI gesneuvelde oud-leerlingen, achteraan in de collegekapel. Op het college berust tenslotte een kleiner portret van kanunnik Verhelst. Wante schilderde het in 1927. In dat jaar vierde de kanunnik zijn priesterjubileum en kreeg bij die gelegenheid het schilderijtje aangeboden. Het portret kwam later, na zijn dood, naar de school. |
|||||||
|
Het thema van dit fresco, de aanbidding van Christus door de heiligen, leende zich bij uitstek voor een wijds tafereel. Dat hadden de Van Eycks al bewezen in hun Lam Gods. Daarop heeft Wante zich ongetwijfeld geïnspireerd, maar verder is er op artistiek gebied niet de minste gelijkenis: Wante was een bewonderaar van de Engelse pre-rafaëllieten. Dat is bijzonder in dit fresco goed merkbaar. Visueel wordt, boven het hoofdaltaar, de vlakke muur van de kapel als het ware geöpend om ons een blik te gunnen op de hemel: geen wijds landschap, maar een gesloten, bijna intieme ruimte met twee niveaus. Het onderste niveau, waar op een met bloemen bezaaide weide een menigte heiligen staat, is bijzonder: Wante heeft er heel wat "kennissen" geportretteerd, o.a. leraars van het college. En in de kop van Sint-Jozef zou Emiel Wambach te herkennen zijn. In 1898 werd de reusachtige muurschildering boven het hoogaltaar in de kapel plechtig ingewijd door kardinaal Goossens. Wante had er twee jaar aan gewerkt. De voorstudie, die in de refter van de leraars hangt, is een prachtig schilderij op zichzelf. De recente foto's zijn trouwens hiervan genomen, want de muurschildering zelf is dof en donker geworden doorheen de jaren en is in restauratie. |
||||||||
|
|
De "Christus Koningtriptiek" van 1896 is een klein maar fijn kunstwerk, nu te bewonderen in de inkomhal langs de Meir. Aan de iconografische uitwerking zijn meerdere anecdotes verbonden. Zo wil het verhaal dat men in Mechelen niet wilde dat Christus met koningskroon en scepter werd afgebeeld (het iconografisch project werd ter goedkeuring voorgelegd): Zijn koninkrijk was immers niet van deze wereld. Wante zou uiteindelijk het fiat hebben gekregen van het Vaticaan zelf. En toen mocht het uiteraard.
Op het centrale paneel staat dus Christus afgebeeld, met rijkelijk versierde mantel, prachtige kroon en scepter. Op de twee zijpaneeltjes tonen engelen de Arma Christi. Eén van de engeltjes zou de latere kanunnik Joris Caeymaex zijn (retorica 1902). Op de buitenkant van deze paneeltjes (zichtbaar als de triptiek gesloten is) staan de wapens van de de heer en mevrouw Guyot - Van Praet. Op de achterkant van het geheel: Piae memoriae Pauli, Vedastii et Joseph Guyot. Toch even wijzen op de manier waarop Wante in deze figuur, die in niets meer herinnert aan de "lijdende" Christus, het thema van zijn lijden en dood, maar ook dat van zijn geboorte heeft weten te verwerken. Het eerste thema, in al zijn symboliek, staat centraal als borduursel op het rijkelijk kleed van de Christusfiguur. Het tweede is, heel subtiel en fijn, verwerkt in de geëmailleerde sluiting van de mantel waarop een Maria met kindje staat. |
|||||||
|
Reeds bij de inhuldiging van de kapel bestonden er plannen voor een grote, geschilderde kruisweg, die als een soort band omheen de kapelruimte zou lopen. De realisatie ervan liet echter lang op zich wachten, tot na de eerste wereldoorlog. Op foto's uit verschillende perioden kan men volgen hoe langzaamaan de grote houten kaders met de doeken werden gevuld. De laatste staties werden aangebracht onder directeur Van Waeyenbergh, in de jaren dertig. De grote doeken, die twee per twee in zware eikenhouten kaders zijn geplaatst, werden onder directeur Ulens gereinigd en geconserveerd. Zij prijken nu in de oude bouw, op de eerste verdieping in de grote dwarsgang langs de kant van de Jodenstraat. De uitwerking van de staties was niet altijd even gemakkelijk: de langgerekte vorm leende zich uiteraard uitstekend voor breed gepenseelde taferelen, maar niet voor de eigenlijke kruisiging. Zoals ze nu hangen, maken de schilderijen een wat brute indruk. In de grote kapel waren hun afmetingen en hun wat grove afwerking verantwoord: ook wie ver af zat (in de kapel kon dat algauw twintig meter zijn) moest kunnen zien wat erop stond. |
||||||||
|
In de "Grote Oorlog" verloren 54 oud-leerlingen en één leraar het leven. Ter hunner nagedachtenis werd achteraan in de kapel een gedenkteken geplaatst: de drie muurvlakken achteraan werden gevuld met centraal een allegorische schildering, links daarvan de namen en rechts een tombe - het leek wel alsof men wist dat ook langs rechts nog namen zouden komen... Enkele glasramen herinneren aan individuele gesneuvelden en werden geschonken door de respectievelijke families. De oud-leerlingenbond, die pas in 1924 heringericht werd, maakte er een erezaak van zoveel mogelijk gegevens te verzamelen over de gesneuvelden, waaronder heel wat leden. Ernest Wante werd gevraagd om het gedenkteken te schilderen; het is een schilderij op doek, dat op de muur werd gekleefd: geen echt fresco dus. Het heeft, zoals dat gewoonlijk heet, geen grote kunstwaarde, maar de sentimentele waarde is des te groter. Na de Tweede Wereldoorlog kwamen er rechts van het fesco 73 namen bij: 21 gesneuvelden, 18 verzetsleden en 34 burgerslachtoffers. |
||||||||
|
|
Leonard Smets, geboren te Diest in 1853, kreeg op 10 mei 1889 van de toenmalige aartsbisschop van Mechelen, kardinaal Goossens, de opdracht vanaf september van dat jaar het nieuw op te richten Sint-Jan Berchmanscollege te leiden. Hij heeft voor dit college zijn leven gegeven. De zorgen rond Sint-Jan, dat hij niet winstgevend kon maken, ondermijnden zijn gezondheid en toen hij in 1900 tot deken van Schaarbeek werd aangesteld, was hij een ziek man. Hij overleed op 7 januari 1902. Ernest Wante schilderde, in opdracht van de oud-leerlingenbond, zijn staatsieportret in 1898. Het hangt nu aan de houten trap, op de eerste verdieping. Het collegearchief bewaard de voorstudie voor zijn hoofd.
|
|||||||
|
Eerwaarde Heer François Verhelst werd geboren te Lier in 1853. Hij was een bijzonder begaafd en kunstzinnig priester, die te Rome een doctoraat in de filosofie had gehaald -hij verbleef er van 1873 tot 1877- en te Leuven een licentie in de natuurwetenschappen. Voor de uitbouw en het imago van het jonge Sint-Jan Berchmanscollege is zijn inbreng van doorslaggevend belang geweest. Hij organiseerde de oud-leerlingenbond, waarin hij een leidende rol speelde. Hij richtte een knapenkoor op waarin hij zijn musicale opvattingen gestalte trachtte te geven. Hij was de man achter de schermen bij de inrichting en de decoratie van de collegekapel door Wante. Hij liet de leerlingen kleine, zelf gecomponeerde opera's spelen bij de prijsuitreikingen. Hij was een knap wetenschapper en wiskundige. Hij was tenslotte de man achter Ernst Wante als religieus schilder. Zoals gezegd was Verhelst bevriend met de familie Guyot - Van Praet. In 1875 was hij een tijdje gouverneur geweest van de zonen Guyot. In 1890 kwam Verhelst naar Sint-Jan, in 1904 verliet hij het college en werd aalmoezenier van de Zusters van het Heilig Hart te Linthout. Kanunnik Verhelst overleed in 1934. In 1927 vierde de oud-leerlingenbond oud-leraar Verhelst naar aanleiding van zijn gouden priesterjubileum. Ernst Wante schilderde voor die gelegenheid een zeer fijn portret van de jubilaris. Het werd hem op de viering ten geschenke gegeven. |
||||||||
|
|
Zoals in alle colleges bestond ook in Sint-Jan de Mariacongregatie. Eerwaarde Heer Eugeen Aerts (1860-1922) was de bestuurder van de sectie van de lagere jaren. Hij schonk de congregatie een prachtig processievaandel, dat werd gewijd op Tweede Pinksterdag 1895 en vooraan in de kapel stond, naast het Maria-altaar in de zijbeuk. Het vaandel werd meegedragen in de processie van Halfoogst. Het had
een speciale standaard, die in feite veel te topzwaar was en werd door
drie man gedragen. Het vaandel is bewaard, maar de zijde is in zeer
slechte staat.
|
|||||||
| Sint-Jan Berchmanscollege, Jodenstraat 15, 2000
Antwerpen. -
aso@sintjanberchmanscollege.be URL: http//www.sintjanberchmanscollege.be/asodef/gesch002.htm - L.A.: 10-09-2003 |
||||||||
© sint-jan berchmanscollege, antwerpen - menu: © milonic solutions ltd - disclaimer - centrale pagina - sitemap |
||||||||